Van waterval naar brede stroom: De betrokkenheid van de ABVA bij de naoorlogse ontwikkeling van de ‘medezeggenschap’.

Het is op mijn website al op meer plekken te lezen. Ik realiseerde mijn eerste doctoraal bijvak sociologie binnen de Vakgroep Arbeid en Organisatie. In dat kader volgde ik twee opeenvolgende algemene introducties van die vakgroep en participeerde ik in de Projectgroep Sociologie van de Vakbeweging en Organisatieverandering. Ik richtte mij daarin, als bijdrage aan een sociaalhistorisch onderzoek naar de geschiedenis van de Algemene Bond van Ambtenaren (ABVA) op de betrokkenheid van de ABVA bij de naoorlogse ontwikkeling van de ‘medezeggenschap’. Op https://www.jaapdejong.nl/de-geschiedenis-van-de-abva/ is daar meer over te lezen.

Om praktische en inhoudelijke redenen vroeg en kreeg ik de ruimte om dat verzamelde materiaal als uitgangspunt te nemen voor een grondig herschreven, inhoudelijk aangevuld en wat toegankelijker beschrijving van de geschiedenis van medezeggenschap in het overheidsapparaat.

Dat gaf mij meer ruimte om het optreden van de ABVA rond de ontwikkeling van de medezeggenschap kritischer te benaderen, dan in de concepten voor de publicaties van (opdrachtgever) ABVA. Die brachten ook wijzigingen aan in de aangeleverde concepten voor het ledenblad.

In dit werkstuk kon ik nu beter beschrijven hoe de ABVA zich op twee onderwerpen verzette tegen de ontwikkeling van de medezeggenschap in de overheidssector. Bij de herziening van de Wet op de ondernemingsraden in 1971 werd het begrip onderneming in de wet zo gedefinieerd dat ook de zogenaamde overheids-NV’s (nutsbedrijven in NV-vorm met overheden als aandeelhouder) onder de WOR gingen vallen. De ambtelijke bonden streden jarenlang voor een vrijstelling van die plicht.

Anders dan in de Wet op de ondernemingsraden waren er in de medezeggenschapsregelingen van overheden geen mogelijkheden voor niet-georganiseerde medewerkers om bij verkiezingen eigen kandidaten te stellen. De ambtenarenbonden hebben zich tot het uiterste verzet tegen het geven van actief en passief kiesrecht aan ongeorganiseerde werknemers.

Met als resultaat, toen ze uiteindelijk toch overstag moesten gaan, er veel verzet was uit kringen van eigen leden. In mijn latere contacten, als adviseur en opleider, net overheidsmedezeggenschapsorganen heb ik daarover nog heel vaak emoties, woede en verontwaardiging meegemaakt.

En de ABVA kwam in een spagaat terecht toen in dezelfde periode ook sectoren als gezondheids-, welzijns-, bejaardenzorg en delen van het onderwijs onder de WOR gingen vallen. Want daar moest de ABVA het invoeren van ondernemingsraden juist gaan bevorderen.

De geschiedschrijving van de medezeggenschap richt zich vooral op de ontwikkelingen in de private sector. Terwijl ondertussen de AbvaKabo de grootste medezeggenschapbond werd.

In mijn slotwoord geef ik aan dat de ambtenarenbonden daardoor eigenlijk de plicht kregen om in hun ondernemingsraadssectoren resultaten te realiseren, die zouden kunnen bijdragen aan de versterking van de medezeggenschap in de private bedrijven.

PDF

Jong, Jaap de (1982, oktober). Van waterval naar brede stroom: De betrokkenheid van de ABVA bij de naoorlogse ontwikkeling van de ‘medezeggenschap’ [Werkstuk in het kader van Arbeid en Organisatie I].

Andere publicaties