Tenerife en de El Teide

In januari 2020 fietste ik al een keer met zoon Daan op Tenerife. Hij wilde toen, voordat hij vijftig werd, nog een keer tot boven de 2000 meter klimmen. Ik wilde wel graag naar Tenerife om te kijken of ik nog een beetje kon klimmen.

We boekten een all-inclusive arrangement in Costa de Adeje. We kwamen midden tussen het consumptieve toerisme van vooral Engelstaligen. Om de El Teide te kunnen beklimmen moesten we ruim 23 kilometer fietsen tot het beginpunt van de echte klim. Die begon daar op een hoogte van 760 meter. Halverwege de klim splitsten wij op en gingen in ons eigen tempo door. Daan verdween uit het zicht en haalde zijn doel. Ik deed het rustiger aan en stopte, omdat ik verstandig wilde zijn op een hoogte van 1773 meter.

Daar kreeg ik achteraf wel spijt van. En dus wilde ik nog een keer terug. Om allerlei redenen wilde Daan dat niet. Maar in de zomer van 2025 veranderde zijn mening.

We regelden nu een sporthotel aan de westkust. Ver weg van het massale toerisme.

Vanuit dat hotel was het maar 8 kilometer naar het begin van de klim en die begon dan op ongeveer 160 meter hoogte.

Het hotel ligt op een rustige plaats in Los Realejos, een soort buitenwijk van Puerto de la Cruz. Goede accommodatie met een gezonde en voedzame keuken, een behoorlijk zwembad waar we dagelijks in lagen, een grote fitnessruimte, die we niet gebruikten en een veilige fietsenstalling.

Het hotel verhuurt fietsen. Omdat we de gereserveerde sportfietsen pas op maandag konden ophalen, probeerden wij die hotelfietsen op zondag. Dat was geen pleziertje; te klein en niet erg goed onderhouden. Maar we verkenden wel de directe omgeving en de route naar de fietsenverhuurder.

Op de dag van aankomst waren we te laat om in het hotel te kunnen eten. Dat verwees ons naar een lokaal restaurantje op een paar honderd meter wandelafstand. Daar gingen wij op in de lokale gemeenschap en voelden ons thuis. We kwamen er nog drie keer terug. Het waren eenvoudige en voedzame, ruim bemeten Spaanse gerechten. Ik moest wel oppassen bij het kiezen uit het menu, dat ik niet altijd begreep. Het eten van allerlei inwendige organen is niet mijn ding.

Daan bouwde bij de fietsenverhuurder snel een goede verstandhouding op met Stefano, een Italiaanse oud-prof-wielrenner. De gereserveerde mountainbike vond ik er wel heel zwaar uitzien. Ik was blij dat ik de eerste gebruiker kon worden van een nieuwe gravelbike.

Het eerste verkennersritje richting El Teide leerde ons dat het begin van de klim van Puerto de la Cruz naar La Orotava (leuk stadje), tenzij je ver omrijdt, zo steil is dat we onze fiets lopend omhoogduwden. Door de overgang naar een zonnige en warme omgeving ging mijn lichtje snel uit.

De volgende dag kwam er van een nieuwe verkenning niet zo veel terecht. Kort na onze start sloeg bij Daan de ketting vast tussen frame en tandwielen. We moesten wel even wachten, maar de verhuurder kwam ons redden.

Op de woensdag maakten we een mooie tocht door leuke dorpjes langs de kust naar het zuiden en terug. Weer niet zonder pech, maar dit keer kon Daan mijn binnenband snel vervangen.

Donderdag nog een korte routeverkenning en vrijdag werd de grote dag.

Voor zessen op, een licht ontbijt van yoghurt en een stukje appeltaart om nog voor half zeven in het donker op de fiets te stappen. De hele rit zagen we in de hoge verte de El Teide liggen. Rond tien uur hadden we al een kop koffie gedronken en wat extra proviand gekocht.

Een uurtje later zaten we op Mirador de Mataznos, een bekend uitkijkpunt. Kort daarvoor was ik – door natuurlijk een Nederlandse automobilist – zo in de kant gedrukt dat ik mij in de bermstrook terugvond. Gelukkig was die daar. Daarna bleef ik liever wat verder weg van de houten rails als afscheiding naar de diepte. En soms koos ik ervoor om te wandelen. Kwart voor twee dronken we koffie op de eerste vulkaanrand. Daar kreeg ik een verlaat verjaarscadeautje.

We hebben elkaar er doorheen geholpen. Daan reed tijdens de klim vooruit en moedigde mij aan. Eenmaal op die kraterrand motiveerde ik hem nog een eindje door te rijden naar een tweede richel om het vulkaanlandschap ook echt te zien. Daar stopten wij na 45 kilometer te hebben gefietst.

Om een idee te geven: dat is bijvoorbeeld van Zoetermeer naar Utrecht. We begonnen op 47 meter en eindigden ruim boven de 2300. Per kilometer gemiddeld 50 meter hoger. Zo eindigden wij ruim twintig domtorens hoger boven Utrecht.

Toen moesten we natuurlijk datzelfde eind weer terug. Nu reed ik weer voorop en was het mijn beurt om te wachten op Daan. In het donker waren we terug in de hoofdstraat van Los Realejos en aten een hele grote hamburger. Moe, maar voldaan en trots op onszelf.

Routeprofiel, ruim zeven uur klimmen, twee uur dalen.

Zaterdag brachten we de fietsen terug en namen de tijd om Puerto de la Cruz beter te bekijken en – vooral – om een heel echte paella te eten. En boodschappen te doen om lekkere dingen mee te nemen naar het thuisfront.

Molens heb ik niet gezien, wel een paar heel mooie klassieke muziektenten op centrale pleinen in de dorpjes. En nog wat andere plaatjes,

Barraquito

En we ontdekten Barraquito – een zoete, gelaagde koffie met gecondenseerde melk, Licor 43, espresso, opgeschuimde melk, citroenschil en kaneel..

Het was een mooie vader-zoon-week. We gaan het weer doen.

Andere fietsreis verhalen