Omdat we bijna alles wat we willen al hebben, is het vinden van een leuk cadeau voor elkaars verjaardag steeds een uitdaging. Ik kies dan snel voor trakteren op een lekkere maaltijd of een hotelarrangement. Zo beloofde ik vorig jaar een verblijf in De Dikke van Dale, een hotel in Sluis. Leek mij een leuke bestemming voor een Neerlandica en, mooi meegenomen, in Zeeuws-Vlaanderen heb ik nog heel wat knooppunten te doen.
Het wachten was op goede weersvoorspellingen. Tot ik plotseling, zonder het echt in de gaten te hebben, een reservering maakte die niet kosteloos afgezegd kon worden. Mijn oorspronkelijke plan was om van Sluis, met een extra overnachting, weer naar huis te fietsen. Tenslotte is de heersende wind uit het zuidwesten. Deze zomer blies hij lang vanuit het noorden. Het beoogde hotel, waar ik ooit met neef R. heerlijk speenvarken at, wat hij zich nog steeds herinnert, had nog een kamer.



Zo gingen wij vier dagen op pad en bezochten twee Fletcher-hotels in bijzondere gebouwen. In Burgh Haamstede het voormalige stationsgebouw van het derde vliegveld voor binnenlandse KLM-vluchten en in Sluis een voormalig nonnenklooster. Fletcher hotels zijn wat minder luxueus, maar goedkoper dan de Van der Valken. Terwijl die vooral langs autowegen liggen, liggen de Fletchers meer verspreid in dorpen en steden. Met als voordeel dat je gemakkelijker ‘buiten de deur’ kunt eten. Wat we in Sluis, nadat ik op de eerste avond getrakteerd was op fantasieloos in water met wat soepgroenten gekookte mosselen, de volgende avond ook deden.
In beide hotels was te merken dat het moeilijk is om goed, deskundig en ervaren personeel te vinden. De oorzaak zal zijn dat amper 400.000 Zeeuwen jaarlijks meer dan drie miljoen toeristen ontvangen. Waaronder ruim meer dan een miljoen Duitse en bijna een half miljoen Belgische vakantiegangers.
Ik vind het vervelend om in het Engels aangesproken te worden en erger me aan mijn snelheid om in dezelfde taal te reageren. Maar laat het dan in ieder geval vriendelijk gebeuren.

In de buurt van de kusten moesten we heel erg attent zijn op het – onervaren – fietsgedrag van de Duitse gezinnen. Eenmaal in het land was het rustiger, soms zelfs stil. De weidsheid van het landschap maakte weer indruk.

Veel foto’s daarvan heb ik niet gemaakt, wel, ter aanvulling en verbetering van mijn verzamelingen, van molens, vuurtorens, een watertoren en vooral van vier muziektenten. Die zijn het leukst, want die kom ik, zonder website, bij verrassing tegen.




Het was mooi fietsweer, hoewel de wind soms wat tegenzat, en we hebben, ondanks mijn geklaag, genoten. Niet in de laatste plaats van mijn dagelijkse appeltaart en ander lekkers bij de koffie.





De terugreis werd een dingetje. Door werkzaamheden rond Rotterdam moest de treinreis van Vlissingen over Roosendaal, Breda, Tilburg, Den Bosch en Utrecht gaan. Wel een lange reis met maar een overstap. Kort voor Roosendaal werd gemeld dat de trein niet verder reed vanwege een defecte trein op het spoor. We kozen de stoptrein naar Dordrecht om daar, aan de Merwedekade, de Waterbus naar Rotterdam te nemen. Die zagen wij voor onze ogen vertrekken. De volgende, een half uur later, was druk bezet. De steeds veranderende uitzichten op Rotterdam zijn indrukwekkend.





In Rotterdam konden we nog steeds niet met de trein en de drukke metro trok ons niet. Dus begonnen we fietsend de rest van de terugtocht. Het werd later en later en de honger steeds groter. Met een pannenkoek in de Pannekoe naast metrostation Rodenrijs stilden we die. De metro bracht ons naar Den Haag, waar we half negen thuiskwamen.
En toch, we blijven het openbaar vervoer verdedigen.




