In het basisprogramma voor mijn bijvak Sociologie van Arbeid en Organisatie werd veel aandacht besteed aan de veranderingen in de wijze waarop arbeid werd georganiseerd. De bekende studie van Harry Braverman over deze ontwikkeling en over de degradatie van het meer ambachtelijke werk (Braverman, Harry (1974). Labor and Monopoly Capital: The Degradation of Work in the Twentieth Century) vormde daarbij een belangrijke inspiratiebron.
In mijn opzet voor het te maken werkstuk gaf ik aan de ontwikkeling naar het zogeheten condition monitoring te willen onderzoeken, een ontwikkeling die zelfs zou kunnen leiden tot een zichzelf onderhoudende fabriek. In die tijd had het technisch onderhoud in productiebedrijven nog een sterk ambachtelijk karakter.
In deze periode werkte ik parttime als stafmedewerker bij een gespecialiseerd managementadviesbureau voor technisch onderhoud en materiaalbeheer. Ik was betrokken bij de public relations, schreef mee aan rapporten en handboeken en fungeerde als schaduwschrijver voor artikelen en toespraken van de directeur-eigenaar.
Met het werkstuk wilde ik voor mezelf deze activiteiten wetenschappelijk en kritisch doorlichten.
Ik concludeerde dat het vraagteken in de titel terecht stond en ook bleef staan. Er waren namelijk tegenstrijdige tendensen zichtbaar in de ontwikkeling van het onderhoudswerk. Het werkstuk maakte mij opnieuw duidelijk dat niet de technologische ontwikkeling zelf bepalend is, maar de wijze waarop technische vernieuwingen worden toegepast.
PDF
Jong, Jaap de (1981, januari) Onderhoud, het laatste bastion genomen? Een impressie. (Werkstuk, geschreven in het kader van het A&O programma).




