In het voorjaar van 1977 volgde ik een reeks interessante hoorcolleges van Max Leeflang over de nieuwste geschiedenis, de sociale en politieke ontwikkelingen in de tweede helft van de negentiende eeuw. Ik luisterde ademloos en probeerde zijn verhaal met mijn aantekeningen bij te houden. Met een paar velletjes aantekeningen in de ene en een schoolkrijtje in de andere hand, stond hij beneden in die grote collegezaal en vulde het groene schoolbord.
Hij heeft weinig geschreven, maar ik vond hem net zo’n begenadigd docent als Lucas van der Land, die mij introduceerde in de politieke filosofie. Anders dan veel van mijn studiegenoten heb ik alleen maar goede herinneringen aan die ‘massale’ hoorcolleges.
Voor de afrondende scriptie moest ik een onderwerp kiezen uit een opgegeven lijst.
Ik koos de discussie die binnen de Sozialistische Partei Deutschlands (SPD) ontstond over een inleiding die Friedrich Engels schreef bij een heruitgave van Marx’ artikelen over klassenstijd. Na de dood van Karl Marx beheerde Engels hun gezamenlijke erfenis aan ideeën.
Een eerste concept van zijn inleiding veroorzaakte enige onrust binnen de SPD en leidde tot discussie over aan te brengen wijzigingen. In mijn werkstuk concludeerde ik dat dit incident later veel meer aandacht kreeg dan het verdiende. De interpretatie van de inleiding ging later een rol spelen in de discussies binnen de Duitse socialistische beweging tussen de meer revolutionaire en de sterker parlementair georiënteerde revisionistische stromingen.
Als actief politicus wilde ik vooral weten of parlementaire activiteiten ingrijpende maatschappelijke veranderingen konden bewerkstelligen.
Voor dit werkstuk bracht ik heel wat dagen door in de Bibliotheek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. Daar ontcijferde ik documenten in gedrukt Gotisch Duits of handgeschreven bronnen. Het was de eerste en enige keer dat ik iets had het moeten leren lezen van Gotisch Duits op de HBS.
Van het vak Sociale Geschiedenis leerde ik vooral een ijzeren discipline in het omgaan met teksten. Daar heb ik later veel aan gehad. Bij dit werkstuk met eenentachtig noten wist ik dat Leeflang elk citaat zou controleren en iedere fout zou bestraffen met een kwart punt aftrek. Mijn cijfer weet ik niet meer, maar het was een ruime voldoende, ook al geeft de spellingcontrole nu fouten aan in de Duitse citaten.
Jong, Jaap de (1978, november). Friedrich Engels en de Duitse SPD-leiding over de inleiding op de Franse klassenstrijd. [Scriptie voor kandidaatsbijvak Nieuwste Geschiedenis].




